Niet alles wat telt, hoeft sneller.
Over de verleiding van efficiëntie en de waarde van even blijven hangen bij een moeilijke vraag.
Voorbeeldartikel voor de eerste versie van neuroniek.
Ik wil in deze opinie een onderscheid voorstellen: tijd besparen bij een praktische taak is iets anders dan minder tijd nemen voor een gedachte.
Een overzichtelijke planning kan prettig zijn. Een gesprek dat uitloopt, kan dat ook zijn. Ze hoeven niet dezelfde maatstaf te krijgen.
De ruimte tussen twee antwoorden
We kunnen tellen hoeveel oefeningen af zijn. Moeilijker is het om te zien wanneer iemand een aanname begint te heroverwegen. Toch is ook dat een moment dat aandacht verdient.
Dat betekent niet dat elke omweg waardevol is of dat structuur overbodig wordt. Het betekent dat snelheid niet de enige vraag hoeft te zijn wanneer we een les beoordelen.
Een andere vraag op het einde
Naast “Wat hebben we afgewerkt?” zou er ruimte kunnen zijn voor “Waar zijn we anders over gaan denken?”
Misschien was het antwoord nog niet af. Misschien ontstond er vooral een betere vraag. Voor mij is dat geen reden om de les als verloren tijd te zien.
Deze tekst is een standpunt om over door te denken. Wat zou jij eraan toevoegen of tegenspreken?
